Wat zijn de beste manieren om je kind voor te bereiden voor de kinderopvang? In dit artikel geven we je handige handvatten om dit zo soepel mogelijk voor je kind te introduceren. Lees verder…

Door onze pedagogiekredactie| Samantha van Duuren, pedagoog

Je kind gaat voor de eerst keer naar de kinderopvang en dit is voor je kind en voor jullie als ouders erg spannend. Je kind is namelijk gewend om alles samen met papa en mama te doen. Samen boodschappen doen, samen naar de speeltuin enzovoorts. En als je kind naar de kinderopvang gaat, dan gaat je kind echt alleen op ontdekkingsreis.

Wees gerust, in de kinderopvang werken allemaal professionals en pedagogisch medewerkers zullen er alles aan doen om de wenperiode zo prettig mogelijk te laten verlopen. Alles is nieuw voor je kind, de omgeving, de volwassenen en de kinderen. Maar ook het dagritme van de opvang en deze zal soms hier en daar afwijken van het ritme thuis.

Vaak kunnen kleine aandachtspuntjes al een groot verschil maken op de overgang naar het kinderdagverblijf. In dit artikel lees je een aantal punten die een groot verschil kunnen maken.

Tip 1: Neem je kind mee naar het intakegesprek

Na inschrijving van je kind volgt er een intakegesprek, neem je kind hiermee naar toe. De pedagogisch medewerker kan je kind dan de nieuwe groep laten zien. Zo heeft je kind al kennisgemaakt met de pedagogisch medewerker en met de groep. Het ligt aan het tijdstip, maar vaak zijn er dan ook kinderen aanwezig op de groep. Tenzij het tijdens het middagslaapje is of voor de oudere kinderen, tijdens schooltijden. Een baby kun je ook alvast meenemen, zo kunnen de pedagogisch medewerkers ook alvast de baby zien. Hierbij hoort de baby al de stemmen van de pedagogisch medewerkers.

Tip 2: Fiets of wandel langs het kinderdagverblijf

Als je gaat wandelen of fietsen, ga dan eens langs de kinderopvang. Voer een gesprek met je kind over dat je kind daar binnenkort zal gaan spelen, eten en drinken en evt. slapen. Spiek als het kan even door het raam samen. Benoem wat je allemaal ziet. Bijvoorbeeld: ‘Kijk in je nieuwe groep hebben ze ook auto’s’. Als je kind graag met auto’s speelt zal dit een opening bieden om het over de opvang te hebben. Herkenbare punten zijn erg belangrijk voor kinderen.

Tip 3: Doe dit met betrekking tot voeding

Tijdens de intake krijg je o.a. informatie over het voedingsbeleid van het kinderdagverblijf. Natuurlijk zal deze niet precies hetzelfde zijn als thuis, maar dat is ook niet erg. Vaak komt het in grote lijnen wel overeen. Belangrijk om te weten is dat een kinderopvang niet te veel kan afwijken van het voedingsbeleid. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld: allergieën en ziektes waar rekening mee gehouden wordt. Maar als je kind bijvoorbeeld tussen de middag thuis een warme maaltijd krijgt en op de opvang wordt brood gegeten dan zal je kind tussen de middag ook brood krijgen. Hieronder een paar belangrijke punten om rekening mee te houden qua voeding per leeftijdsgroep:

Baby’s

  • Als een baby borstvoeding krijgt, laat de baby dan thuis ook al uit een fles drinken. Laat de baby dan ook door papa, opa of oma, zus/broer enz. de fles geven. (Als dit nog niet het geval is). Zo kan de baby wennen aan andere mensen die de baby de voeding geven.  

Kinderen van 1,5 tot 12 jaar

  • Broodkorstjes en fruitschillen van appel of peer. Vaak is dit een hele uitdaging om kinderen deze te laten eten. Vaak bieden kinderdagverblijven deze wel aan vanaf een bepaalde leeftijd. Als dit het geval is, is het fijn als dit thuis ook wordt gedaan. Het wil niet zeggen dat het kind deze dan gaat eten, maar dit is een punt wat voor veel weerstand kan zorgen bij het kind op de opvang als thuis de schillen en de korstjes eraf zijn of niet op hoeft te eten. Er wordt uiteraard op de opvang niet gedwongen, maar kinderen worden wel gestimuleerd om deze te eten. Er zijn uitzonderingen, sommige kinderen eten deze dan wel op de opvang, maar weigeren thuis alsnog of andersom. Zo heeft ieder kind een eigen gebruiksaanwijzing.
  • Melk, water of thee. Veel kinderdagverblijven hanteren zo weinig mogelijk suiker in hun voedingsbeleid. Zo krijgen kinderen dus vaak melk, thee of water aangeboden. Als een kind thuis gewend is om veel drankjes met suiker te drinken, dan is de kans groot dat je kind niet of weinig zal drinken op de opvang. Het beste is natuurlijk ook om je kind zoveel mogelijk water te laten drinken.

Tip 4: Bereid je kind voor op een ander slaapritueel

Net als thuis heeft de kinderopvang ook een vast slaapritueel voor de kinderen die tussen de middag een middagdutje doen. Iedere baby heeft uiteraard een eigen ritme. Waar je rekening mee moeten houden is dat ze op de opvang te maken met een groep vol peuters of een groep vol baby’s. Als je thuis de tijd hebt om je baby in slaap te sussen of zelfs bij je kind in de slaapkamer blijft totdat hij/zij in slaap is gevallen dan zal je kind erg moeten wennen aan het feit dat dit niet het geval is op het kinderdagverblijf. Dit is een grote verandering voor een kind, de kans is dan ook groot dat je kind niet of heel moeilijk in slaap valt op de opvang. Daarbij gezegd hebbende is dat ieder kind anders is en ook iedere situatie. Bijvoorbeeld in de wenperiode van je kind zal veel aandacht worden besteed aan dit moment door de pedagogisch medewerkers. Hier zal dan wel wat langer bij het kind gebleven worden als het kind moeite heeft met slapen of zal de baby wel in slaap worden gesust. Omdat je kind nu eenmaal ook moet wennen aan het nieuwe bed, de ruimte en de vertrouwensband met de pedagogisch medewerkers.

Tip 5: Neem de gevoelens van je kind serieus

Ieder kind is anders en ieder kind gaat anders om met nieuwe situaties. Het ene kind kan al meteen gaan spelen of zwaait een ouder al snel gedag bij het breng moment naar het kinderdagverblijf, terwijl een ander kind de eerste weken nog veel moeite heeft met het afscheid nemen van papa of mama. Dit is heel normaal. Probeer hierover met je kind te praten (zover als dit kan). Een knuffel of foto van thuis meegeven kan vaak al veel troost bieden. Bij een baby kun je bijvoorbeeld ook een doekje met jouw geur erin meegeven. Als je kind moeite heeft in de wenperiode dan kun je altijd even tussendoor bellen om te vragen hoe het gaat. Andersom begrijpen de pedagogisch medewerkers uiteraard ook dat je als ouders ook moeite kunt hebben met de wenperiode. Samen hebben jullie steeds contact met elkaar over hoe de wenperiode verloopt.